10 tips om beter
met elkaar te kunnen praten.
Kinderen die doof of slechthorend zijn, kunnen soms moeite hebben om anderen goed te verstaan.
Gelukkig kun jij hen daarbij helpen!
Lees de tekst en bekijk de foto’s en filmpjes bij de 10 tips. Zo ontdek je hoe jij ervoor kunt zorgen dat je klasgenootje je beter kan verstaan en begrijpen.
Maak eerst contact, voordat je gaat praten.
Maak oogcontact of tik even aan, voordat je gaat praten. Als je dat niet doet hebben ze soms niet door dat je tegen ze praat en missen ze het eerste deel.
Zorg dat je mond goed te zien is.
Wist je dat de meeste dove of slechthorende kinderen goed kunnen liplezen? Doordat zij liplezen, kunnen ze de gesproken tekst veel beter volgen. Als je mond bedekt is met een sjaal of je hand, kunnen ze niet goed zien wat je zegt en kunnen ze je minder goed verstaan.
Kijk elkaar aan als je praat.
Als je praat terwijl je je hoofd omdraait of iets anders doet, kunnen ze je ook niet goed verstaan. Zorg ervoor dat je naar je klasgenoot kijkt en je mond zichtbaar is, zodat ze alles goed kunnen volgen.
Praat rustig en duidelijk.
Als je zacht praat, kunnen ze je niet goed verstaan. Als je hard praat of schreeuwt, is het ook niet goed. Het is het beste om rustig en duidelijk te praten, zodat ze je goed kunnen begrijpen.
Vertel waar je over praat.
Als je vertelt waar je over gaat praten, kan je klasgenootje het gesprek beter volgen. Zeg eerst waar je het over gaat hebben en vertel daarna het hele verhaal.
Gebruik je mimiek en natuurlijke gebaren.
Kinderen die doof of slechthorend zijn, kijken goed naar je gezicht om te zien hoe je je voelt. Als je zegt dat je boos was, kijk dan ook boos. Als je wijst naar iets, gebruik je al een gebaar, zoals ‘kijk daar’. Dat maakt het makkelijker om te begrijpen.
Zorg dat er
weinig ruis is.
Ruis is lawaai op de achtergrond, zoals mensen die praten of geluid van buiten. Het is belangrijk dat er niet te veel lawaai is, zodat je klasgenootje je goed kan verstaan. Zorg ervoor dat de deur en ramen dicht zijn als er veel geluid is.
Praat niet allemaal door elkaar.
In de klas roepen vaak veel kinderen door elkaar. Als je doof of slechthorend bent, kun je dat niet horen. Dan weet je niet wat er allemaal gezegd wordt. Praat dus één voor één en wacht totdat je klasgenootje naar je kijkt, zodat ze kunnen volgen.
Zeg niet 'laat maar', ‘ik heb het al gezegd’ of ‘het was niet belangrijk’
Als iemand iets niet heeft gehoord, is het heel vervelend om te zeggen: “Laat maar”, “Ik heb het al gezegd” of “Het was niet belangrijk.” Je klasgenootje wil graag meepraten, en het is niet fijn als iets niet nog een keer wordt herhaald. Het kan ervoor zorgen dat ze zich buitengesloten voelen. Dat willen we niet!
Iedereen is gelijk!
Dove of slechthorende kinderen zijn net als iedereen. Ze willen graag hetzelfde zijn als alle andere kinderen, maar ze horen niet zo goed. Wees lief voor elkaar, help elkaar en houd rekening met elkaar.
Stap 4This site was created with the Nicepage